Tijdens de opening van ons academisch jaar op 27 augustus droeg Jurgera Hassell haar gedicht Wortels die groeien voor.
Haar woorden raakten ons, omdat ze zo treffend verwoorden waar de Zuidoost Academie voor staat en wat we samen willen laten groeien. Daarom hebben we Wortels die groeien omarmd als ons manifest.
Een tekst waar we naar terug willen blijven keren en die we natuurlijk ook graag met jullie delen.
Lees hieronder Wortels die groeien.
Aan iedereen die werkt met kinderen. Aan iedereen die iedere dag een stukje meeloopt.
De leerkracht. De pedagogisch professional. De jeugdwerker. De coach. De begeleider.
Aan iedereen die soms één zin zegt en pas jaren later ontdekt wat die zin heeft betekend.
Aan iedereen die een kind ziet op een dag waarop het zichzelf even niet ziet. Aan iedereen
die probeert te begrijpen wat er achter gedrag verborgen ligt. Die vragen stelt. Die
luistert. Die grenzen geeft. Die ruimte maakt. Die steeds opnieuw denkt:
Hoe kan ik dit kind geven wat het nodig heeft om te groeien?
Misschien zijn wij, als professionals, eigenlijk een beetje als bomen. Niet omdat wij alle
antwoorden hebben. Niet omdat wij boven kinderen staan. Maar omdat ook wij moeten
wortelen om ruimte te kunnen geven. Ook wij moeten groeien om anderen te kunnen
laten groeien.
Dus stel je een boom voor. Een boom hier, in Amsterdam Zuidoost. Met wortels diep
onder de grond. Wortels die verhalen kennen. Van ouders. Van grootouders. Van buurten.
Van pleinen. Van scholen. Van kinderen die hier hun eerste stappen zetten en hun eerste
dromen dromen. Want een boom groeit nooit zomaar. Een boom heeft grond nodig.
Water. Licht. Ruimte. En soms een stevige hand die hem beschermt tegen de wind.
Zo werkt het ook met kinderen. Wij kunnen niet voor hen bepalen hoe hoog ze zullen
groeien. We kunnen niet voorschrijven welke tak naar links moet en welke naar rechts.
We kunnen niet zeggen: Jij wordt dit. Jij gaat daarheen. Jij moet zo groeien. Want ieder
kind heeft zijn eigen richting. Zijn eigen seizoen. Zijn eigen ritme. De één groeit snel, de
ander langzaam. De één staat meteen in het licht, de ander moet eerst door een periode
van schaduw. De één heeft ruimte nodig, de ander zoekt juist de veiligheid van de bomen
om zich heen.
Geen enkele boom wordt mooier door hem te vergelijken met de boom ernaast. Toch
vergelijken we. We meten. We wegen. We tellen. We kijken naar wat een kind al kan. Naar
wat het nog moet leren. Naar wat zichtbaar is. Maar misschien moeten we soms een laag
dieper kijken. Naar de wortels. Naar de bodem. Naar wat een kind nodig heeft om
überhaupt te kunnen groeien.
Niet alleen vragen waarom het niet lukt. Maar eerder wat er nog ontbreekt? Niet wat dit
kind markeert, maar wat wij kunnen veranderen aan de omgeving. Niet hoe wij het kind
in het systeem krijgen, maar hoe wij het systeem geschikt maken voor het kind!
En daar begint professionaliteit. Want werken met kinderen is meer dan betrokken zijn.
Meer dan een goed hart. Meer dan goede bedoelingen. Het is een vak. Een vak dat vraagt
om kennis. Om kunde. Om nieuwsgierigheid. Om reflectie. Om elkaar. En misschien vooral
om de moed om te blijven leren. Want wie met kinderen werkt kan nooit
achteroverleunen en zeggen: Ik weet het nu.
Kinderen veranderen. De stad verandert. De wereld verandert. En wat gisteren werkte,
werkt misschien vandaag net een beetje anders. Dus moeten wij bewegen.
Niet omdat we het gisteren verkeerd deden. Maar omdat we vandaag meer weten dan
gisteren. En morgen hopelijk weer meer dan vandaag.
Dat is professionaliseren. Niet groter worden om groter te zijn. Maar groeien om beter te
kunnen geven. Beter te kunnen zien. Beter te kunnen luisteren. Beter te kunnen
aansluiten. Beter te kunnen samenwerken. En soms betekent groeien dat je iets moet
loslaten. Zoals een boomzijn bladeren loslaat. Niet omdat ze waardeloos zijn. Maar omdat
er ruimte nodig is voor nieuwe bladeren. Ook wij moeten soms snoeien. In gewoontes. In
aannames. In manieren van werken waarvan we ooit dachten: Zo doen we dat. Om
vervolgens de moed te vinden om te vragen: Maar werkt het nog? En als het antwoord
nee is dan niet wegkijken. Dan niet vasthouden omdat het vertrouwd voelt. Maar snoeien.
Ruimte maken. Licht toelaten. Nieuwe takken laten groeien. Nieuwe kennis. Nieuwe
ideeën. Nieuwe manieren om kinderen te ondersteunen. Nieuwe verbindingen tussen
organisaties. Want een boom staat nooit alleen. En een professional ook niet.
Wij zijn onderdeel van een groter geheel. Een netwerk. Een buurt. Een gemeenschap. Een
bos. En misschien is dat wel het mooiste beeld voor wat hier vandaag samenkomt: een
bos. Niet één boom die alles moet kunnen. Maar vele bomen. Met verschillende wortels.
Verschillende stammen. Verschillende takken. En toch verbonden onder de grond. Want
wat boven de grond soms los van elkaar lijkt, kan onder de grond met elkaar verbonden
zijn. Zo zouden ook wij met elkaar mogen werken. Niet naast elkaar. Maar met elkaar.
Niet ieder voor zich. Maar samen. De opvang. Het onderwijs. De jeugdhulp. Het welzijn.
De sport. De ouders. De buurt. De professionals die iedere dag opnieuw een stukje van de
puzzel leggen.
Want kinderen leven niet in organisaties. Kinderen leven in werelden. Ze gaan van huis
naar school. Van school naar het plein. Van het plein naar sport. Van sport naar vrienden.
En weer naar huis. En op al die plekken komen wij elkaar tegen. Daarom hebben wij
elkaar nodig. De één ziet iets wat de ander niet ziet. De één kent de wortels. De ander ziet
de eerste knop. De één voelt dat er iets schuurt. De ander weet waar ruimte kan ontstaan.
En misschien is samenwerken wel precies dat: elkaar helpen zien wat je alleen niet kunt
zien. Want kennis delen maakt je niet kleiner. Het maakt het bos groter. En samen leren
maakt niemand zwakker. Het maakt de wortels sterker.
Dus laten we blijven vragen. Aan elkaar. Aan ouders. Aan kinderen. Aan onszelf. Wat zie
jij? Wat zie ik? Wat missen we nog? Wat kan morgen beter?
Het beste bieden aan kinderen betekent niet dat we vandaag perfect moeten zijn. Het
betekent dat we morgen bereid zijn om opnieuw te kijken. Opnieuw te leren. Opnieuw te
proberen. Opnieuw te groeien.
Misschien is dat wel onze gezamenlijke opdracht. Niet om kinderen te vormen naar een
vooraf bedacht beeld. Maar om de omstandigheden zo goed mogelijk te maken. Zodat
ieder kind zijn eigen vorm mag vinden. Zijn eigen richting. Zijn eigen hoogte. Zodat een
kind niet hoeft te passen in onze verwachtingen, maar ruimte krijgt voor zijn
mogelijkheden.
Want wij zijn niet de boom. Het kind is de boom. Wij zijn de bodem. Wij zijn het water. Wij
zijn de beschutting. Wij zijn soms de steun die nodig is wanneer de stam nog wankelt. Wij
zijn de stem die zegt: Ik zie je. Ik hoor je. Ik geloof in je. Probeer maar. Val maar.Sta maar
weer op. Ik ben er.
Uiteindelijk is het kind degene die groeit. En hoe mooi zou het zijn als wij samen die
bodem kunnen zijn? Hier. In Zuidoost. Een bodem waarin kinderen kunnen wortelen.
Waar verhalen ertoe doen. Waar verschillen mogen bestaan. Waar nieuwsgierigheid
wordt gevoed. Waar fouten geen einde zijn maar een begin. Waar professionals niet bang
zijn om te zeggen dat zij het niet weten, maar wel dat zij het willen leren. Waar
organisaties niet zeggen, dit is van ons. Maar dat wij het samen kunnen dragen. Waar
ontwikkeling geen eindstation is, maar een richting.
Een beweging. Een keuze. Elke dag opnieuw. Dus laten we vandaag onze wortels voelen.
Laten we kijken waar we vandaan komen. Laten we waarderen wat al gegroeid is. Maar
laten we ook durven nieuwe takken te laten ontstaan. Nieuwe bladeren. Nieuwe ideeën.
Nieuwe verbindingen. Nieuwe kennis. Nieuwe moed. Want een boom die groeit is nooit
af. En misschien geldt dat ook voor ons. Wij zijn nooit af. Ons vak is nooit af. Onze
organisaties zijn nooit af. Onze stad is nooit af. En gelukkig maar. Want zolang we groeien,
kunnen we blijven leren. Zolang we leren, kunnen we blijven bewegen. En zolang we
bewegen,kunnen we blijven bouwen aan een toekomst waarin ieder kind de ruimte krijgt
om te worden wie het in zich draagt.
Dus laten we groeien. Met onze wortels diep in Zuidoost. Met onze stammen stevig naast
elkaar. Met onze takken wijd genoeg om nieuwe mogelijkheden te omarmen. En met onze
blik gericht op het licht. Niet voor onszelf. Maar voor de kinderen. Voor hun kansen. Voor
hun dromen. Voor hun toekomst. Voor ieder kind dat hier vandaag rondloopt en
misschien nog niet weet hoe hoog het kan groeien. Laten wij degene zijn die de bodem
verzorgen.Het licht bewaken. Het water geven. De ruimte maken. En samen een bos laten
groeien. Een bos waarin ieder kind zijn eigen boom mag zijn. Geworteld in Zuidoost. Vrij
om te groeien. En sterk genoeg om de toekomst in te gaan.
Jurgera Ethel Hassell